Ontwerpstickers

Hoe stimuleer je het leesplezier van kinderen? Die vraag krijgen we vaak van ouders, leerkrachten en pedagogisch medewerkers.

Maak voorlezen nóg leuker met ontwerpstickers
Ontwerpend leren vormt een mooie aanvulling op het (voor)lezen. Ontdek onze nieuwe ontwerpstickers en los samen met de kinderen een probleem uit een boek op!

Ontwerp aan de hand van een verhaal
Bij ontwerpen los je een probleem op door veel verschillende oplossingen te verzinnen en te maken. Het is een activiteit die veel kinderen aanspreekt, want ze ervaren autonomie en ze zijn bezig met het oplossen van een echt probleem. Het doet ertoe. Boeken staan bol van de problemen, want dat maakt ze spannend. Kinderen zijn vaak buitengewoon betrokken bij de mensen en dieren in het boek. Spring daarop in en laat de kinderen aan de hand van een ontwerpopdracht het probleem oplossen.

Hoe stimuleert ontwerpen het leesplezier?
Door te ontwerpen zijn kinderen op een andere manier met een boek bezig. Het ontwerpen prikkelt ze om daarna verder (voor) te lezen, te ontdekken hoe het verhaal verder gaat en te lezen hoe het probleem in het boek zelf wordt opgelost. Boeken met ontwerpstickers bieden de doeners, voor wie lezen een drempel is, een praktische en actieve manier om met een boek te bezig te zijn. Voor kinderen die veel lezen, zorgen boeken met ontwerpstickers juist voor een welkome afwisseling. In beide gevallen groeit het leesplezier.

Hoe zien de ontwerpstickers eruit?
De ontwerpstickers zijn op eenzelfde manier opgebouwd. Je start altijd met een stuk lezen. Hierin ontdek je meer over het probleem. Daarna bekijk je de ontwerpopdracht en verzin je oplossingen. Je maakt je favoriete oplossing(en) door te knutselen, te tekenen of te bouwen met constructiemateriaal. Tot slot lees je verder in het boek en ontdek je hoe het probleem in het boek is opgelost. 

Wil je direct aan de slag?
Download hier onze ontwerpsticker bij het boek ‘Maximiliaan Modderman geeft een feestje’ dat is uitgeroepen tot Prentenboek van het Jaar 2023. Print op stickerpapier en plak voorin het boek. Combineer zo lezen met ontwerpen en help kinderen zich te ontwikkelen tot creatieve denkers en gemotiveerde lezers.  

Werk je bij Kinderopvang 2Samen?
Bestel dan via je locatie-account bij Paagman de boeken ‘Vast’ van Oliver Jeffers, ‘Tim de kleine boswachter’ van Jan Paul Schutten en ‘Ik ben hier’ van Joke van Leeuwen en ontvang ze mét ontwerpsticker.

Blijf op de hoogte
Volg @ontwerpenindeklas op Instagram of Facebook. 

 

 

Ontwerpopdrachten

Wil je kinderen stimuleren om creatief en probleemoplossend te denken? Ga elk seizoen aan de slag met onze speciale ontwerpopdrachten. 

Bereid voor
Print de winterse ontwerpopdrachten. Knip de kaarten los. Ga klassikaal met één ontwerpvraag aan de slag of laat de kinderen alleen of in tweetallen werken aan een eigen ontwerpvraag.

Ontwerpopdracht
Geef de kinderen de volgende opdracht:

  1. Lees de ontwerpvraag.       
  2. Verzin een oplossing en …
    maak met knutselmateriaal of
    teken met tekenmateriaal of
    bouw met constructiemateriaal

Nieuwe inspiratie
Laat je elk seizoen inspireren met een vel vol ontwerpopdrachten. Volg @ontwerpenindeklas op Instagram of Facebook. 

Onderzoeksvaardigheden

Deze acht belangrijke vaardigheden ontwikkel je als je aan het onderzoeken bent.

De onderzoeksvaardigheden
Ontdek de vaardigheden die belangrijk zijn bij het leren onderzoeken. Leer jouw leerlingen ze eenvoudig herkennen en ontwikkelen. De onderzoeksvaardigheden zijn in kaart gebracht door Ontwerpen in de klas in samenwerking met Erasmus Universiteit en TU Delft.

Focus op vaardigheden
Tijdens het onderzoeken willen leerlingen het liefst dat hun bevindingen kloppen bij hun voorspelling. Vaak is dat niet zo. Dat betekent natuurlijk niet dat ze niks nieuws hebben geleerd. Integendeel. Meestal leer je zelfs meer als je bevindingen niet kloppen met je voorspelling. Belangrijk dus: het gaat bij onderzoeken om het proces. Focus op vaardigheden, niet op bevindingen (resultaat).

Hieronder bespreken we elke onderzoeksvaardigheid in het kort. Bekijk deze uitgave over de onderzoeksvaardigheden voor meer informatie en inspiratie.

1 Wees nieuwsgierig. Leerlingen benutten hun nieuwsgierigheid om meer te weten te komen over zichzelf en de wereld om hen heen. Ze merken bijzonderheden op en ontdekken ongewone dingen. Ze stellen veel vragen en proberen dingen uit. 

2 Neem waar. Leerlingen nemen rustig de tijd om waar te nemen en metingen te doen. Ze gebruiken alle zintuigen en staan open voor onverwachte dingen. Ze leggen hun waarnemingen objectief, nauwkeurig en gestructureerd vast.

3 Gebruik je verbeelding. Leerlingen gebruiken hun verbeelding om te bedenken hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Ze verzinnen nieuwe antwoorden, doen voorspellingen en bedenken verklaringen. Ze durven in nieuwe en ongebruikelijke richtingen te denken.

4 Deel ideeën. Leerlingen onderzoeken samen met klasgenoten en met mensen die bij het onderzoek betrokken zijn. De leerlingen gebruiken ideeën van anderen én laten anderen hun ideeën gebruiken. Samen wordt het beter.

5 Trek in twijfel. Leerlingen trekken informatie en bevindingen in twijfel. Ze denken kritisch na of het echt klopt en kunnen dat onderbouwen met bewijzen en tegenbewijzen.

6 Hak in stukken. Leerlingen analyseren informatie en bevindingen. Op basis van kenmerken delen ze het geheel op in stukken. Ze laten weg wat niet nodig is en gebruiken alleen het belangrijkste. Ze komen tot de kern.

7 Ontdek de samenhang. Leerlingen zoeken en verklaren verbanden. Ze ontdekken hoe dingen invloed op elkaar uitoefenen. Ze delen in en maken van stukken één geheel.

8 Reflecteer. Leerlingen wisselen tussen verschillende manieren van denken. Ze stellen vragen en bedenken voorspellingen en verklaringen. Ze analyseren en ontdekken de samenhang. Ze luisteren naar hun eigen mening en werken goed samen. 

Nozie de Nieuwsgierige. Wil je dat jouw leerlingen de onderzoeksvaardigheden zelfstandig oefenen? Wil je dit integreren in je lessen? Gebruik dan Nozie de Nieuwsgierige: met de veertig Nozie-kaarten kunnen leerlingen zelf hun nieuwsgierigheid, creativiteit en onderzoeksvaardigheden ontwikkelen. Bestel Nozie!

Iconen

Dit is de betekenis van de iconen op onze ontwerplessen. Klik op de links voor extra informatie en uitleg.

indicatie leeftijd in jaren
gemiddelde tijdsduur
ontwerpstappen die aan bod komen
vaardigheden die leerlingen ontwikkelen
individueel
tweetal
team
klassikaal
gemiddelde tijdsduur lesonderdeel in minuten
geschikt om samen met een ouder of expert te geven
7 werelden van techniek waarbij de les of activiteit bij aansluit
je bent vrij om het werk te delen onder deze voorwaarden: naamsvermelding, niet commercieel, geen afgeleide werken

Ontwerpvaardigheden

Deze zeven belangrijke vaardigheden ontwikkel je als je aan het ontwerpen bent.

De  ontwerpvaardigheden
Ontdek de vaardigheden die belangrijk zijn bij het leren ontwerpen. Leer jouw leerlingen ze eenvoudig herkennen en ontwikkelen. De ontwerpvaardigheden zijn in kaart gebracht door Ontwerpen in de klas in samenwerking met de TU Delft. 

Focus op vaardigheden
Het resultaat van een ontwerpactiviteit is vaak een schets of een model, waarvan je – puur als je naar het resultaat kijkt – van zou kunnen vinden dat het beter kan. Luister je echter naar de verhalen áchter het ontwerp, dan ontdek je de meest innovatieve ideeën van leerlingen. Belangrijk dus: het gaat bij ontwerpen om het proces. Focus op vaardigheden, niet op resultaat.

Hieronder bespreken we elke ontwerpvaardigheid in het kort. Wil je meer informatie, dan kun je doorlezen op de blogs.

1. Denk alle kanten op. Leerlingen bedenken veel, verschillende en originele ideeën. Ze bekijken het probleem van alle kanten. Ze zeggen niet: “Dat kan niet”. Ze komen met meer en meer ideeën. Bekijk onze blog over de ontwerpvaardigheid denk alle kanten op voor praktische tips en oefeningen.

2. Breng ideeën tot leven. Leerlingen werken hun ideeën duidelijk uit, zodat zij en anderen de ideeën goed begrijpen. Ze gebruiken verhalen, tekeningen, modellen en prototypes. Bekijk onze blog over de ontwerpvaardigheid breng ideeën tot leven voor meer informatie en inspiratie.

3. Durf uit te proberen. Leerlingen proberen hun ideeën en oplossingen zo snel mogelijk uit. Ze gaan expres op zoek naar wat nog niet goed werkt. Ze leren daarvan en gebruiken dat om ideeën beter te maken. Bekijk onze blog over de ontwerpvaardigheid durf uit te proberen en oefen.

4. Deel ideeën. Leerlingen ontwerpen samen met klasgenoten en met mensen die met het probleem te maken hebben. De leerlingen gebruiken ideeën van anderen én laten anderen hun ideeën gebruiken. Samen wordt het beter. Bekijk onze blog over de ontwerpvaardigheid deel ideeën.

5. Leef je in. Leerlingen verplaatsen zich in mensen die met het probleem te maken hebben. Ze leven zich in en gaan op zoek naar hún wensen. Bekijk onze blog over de ontwerpvaardigheid leef je in en ontdek diverse werkvormen om deze vaardigheid te oefenen.

6. Bepaal je richting. Leerlingen herkennen wat bij elkaar hoort. Ze voegen ideeën en informatie samen tot één geheel. Ze vormen hun eigen mening over het probleem en over oplossingen. Ze bepalen hun eigen richting. Bekijk onze blog over de ontwerpvaardigheid bepaal je richting.

7. Gebruik het proces. Leerlingen wisselen tussen verschillende manieren van denken. Ze verzinnen veel ideeën en kiezen er daarna een paar uit. Ze luisteren naar hun eigen mening en werken goed samen. Ze denken aan details en aan het overzicht. 

Nozie de Nieuwsgierige. Wil je dat jouw leerlingen de ontwerpvaardigheden zelfstandig oefenen? Wil je dit integreren in je lessen? Gebruik dan Nozie de Nieuwsgierige: met de veertig Nozie-kaarten kunnen leerlingen zelf hun nieuwsgierigheid, creativiteit en ontwerpvaardigheden ontwikkelen. Bestel Nozie!

Formatief evalueren. Bestel hier de kaartenset Ontwerpen in Beeld met zeven oefenkaarten van de ontwerpvaardigheden in eenvoudige taal voor de leerlingen én werkvormen om de ontwerpvaardigheden formatief te evalueren.

Aan de slag met ontwerpboxen

“De ontwerpboxen zijn voor herhaling vatbaar! Wat een verrijking en wat een grote betrokkenheid bij kinderen.”

“Ik vond het heel prettig werken. De bijbehorende lesbrief was compleet en duidelijk, de powerpoint vond ik prettig als houvast. De kinderen waren actief en enthousiast. Voor een leerkracht een erg laagdrempelige manier om een ontwerples te doen” 

Wow! Deze feedback, die we van leerkrachten hebben ontvangen, sluit precies aan bij de drie belangrijkste redenen waarom wij de ontwerpboxen hebben ontwikkeld. 

1 – Laat je inspireren
In de ontwerpboxen vind je diverse ontwerpactiviteiten bij aansprekende thema’s en onderwijsdoelen. Volop inspiratie, want wij weten: ontwerpen moet je gewoon een keer doen! Steevast krijgen we na een eerste keer ontwerpen te horen:
“Wat een enthousiasme, wat een grote betrokkenheid, alle kinderen doen mee!” Oók van leerkrachten en pedagogisch medewerkers, die in eerste instantie aangeven dat ontwerpen buiten hun comfortzone ligt.

2 – Ga direct aan de slag
In de ontwerpbox vind je alles wat je nodig hebt om direct aan de slag te gaan: een ontwerpopdracht, een powerpoint ter ondersteuning en aantrekkelijke materialen om mee te ontwerpen. Met de ontwerpbox kun je jezelf inspiratie en tijd kado doen. “Handig om alles zo bij elkaar te hebben! De voorbereiding heeft me hierdoor weinig tijd gekost.”

3 – Maak kennis met ontwerpen
“Hoe krijg ik mijn collega’s mee?” Dat is een veelgestelde vraag door leerkrachten en pedagogisch medewerkers, die al enthousiast met ontwerpen aan de slag zijn. De ontwerpbox is een prachtige laagdrempelige kennismaking met ontwerpen, dat is wat leerkrachten aangeven na het inzetten ervan. “Alle collega’s hebben meegedaan! Van collega’s, die nog wat aarzelend waren om te starten met ontwerpen, hoorde ik terug dat ze verrast waren hoe intensief en betrokken alle kinderen aan de slag gingen. Een kado voor de kinderen en de school!” 

Zet jij al ontwerpboxen in?
Houd onze website en nieuwsbrief in de gaten voor alle laatste informatie over de ontwerpboxen.

Dan nog even dit: we genieten van de waardevolle samenwerking, die we hebben met Middin. De ontwerpboxen worden ingepakt door volwassenen met een beperking. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk. Geweldig om te zien hoezeer zij betrokken zijn bij de kinderen, die met de ontwerpboxen aan de slag gaan. “Wat fijn dat ik iets kan doen voor de kinderen! Hopelijk weten ze dat ik meehielp.”

Bepaal je richting

Ontdek alles over de ontwerpvaardigheid: bepaal je richting. Eén van de zeven belangrijke vaardigheden die je ontwikkelt als je ontwerpt.

WAT BETEKENT JE RICHTING BEPALEN?
Bij ontwerpen is het belangrijk om richting te bepalen door overzicht te creëren, het belangrijkste te zien en je eigen mening te vormen. Dat doe je zo: orden ideeën en informatie en maak er één geheel van. Geef jezelf en anderen op deze manier overzicht. Leer zien wat het belangrijkste is en vorm je eigen mening over het probleem en over de oplossingen. Dat helpt bij richting bepalen en keuzes maken. Wil je kinderen uitleggen wat deze ontwerpvaardigheid inhoudt? Download hier een beschrijving van ‘bepaal je richting’ speciaal geschikt voor kinderen.

WAAROM JE RICHTING BEPALEN?
Het allerbelangrijkste bij ontwerpen is misschien wel dat je alle kanten op denkt. Richting bepalen gaat hand in hand met alle kanten op denken en is daarom ook belangrijk. Enerzijds is het van belang om niet te vroeg richting te bepalen, zodat je de kans vergroot om goede en originele ideeën te verzinnen. Anderzijds moet je op een gegeven moment wel richting bepalen, om te zorgen dat je niet blijft zwemmen in al je ideeën.

Van tevoren bedenken waar je ontwerp aan moet voldoen (eis) en mag voldoen (wens) helpt enorm bij het bepalen van richting. Deze oefening helpt je ontdekken waarover je eisen en wensen kunt bedenken. Maak een tijdlijn. Dat doe je zo: teken een lange lijn. Verdeel de lijn in stukken, door streepjes te zetten. Kies een voorwerp, bijvoorbeeld een potlood. Teken en schrijf op de tijdlijn hoe het ‘leven’ van een potlood eruit ziet; van vroeger (links op de lijn) tot nu (rechts op de lijn). Denk aan: de grondstoffen verzamelen, maken in de fabriek, vervoeren naar de winkel, kopen in de winkel, mee schrijven, weggooien. Tip! Als je hierna eisen en wensen gaat verzinnen, zal je zien dat er meer én meer verschillende worden bedacht. 

WAT HELPT OM RICHTING TE BEPALEN?

  1. Verzin eisen en wensen. Bedenk voor je gaat ontwerpen waar je ontwerp aan moet voldoen (eis) en mag voldoen (wens). Je kunt de eisen en wensen gebruiken om te zien welke informatie je nog kan verzamelen. Na het verzinnen van ideeën kun je de eisen en wensen gebruiken om te kijken welke oplossingen het best zijn.
  2. Zoek naar de achterliggende behoefte. Zoek naar de vraag achter de vraag. Vraag jezelf telkens af: “Waarom willen we dat?”. Dat helpt je onder andere om tot de beste ontwerpvraag te komen.
  3. Oefen met mening vormen. Kies een stelling bij het Jeugdjournaal. Bedenk waarom je het met deze stelling eens bent. Bedenk ook waarom je het met deze stelling oneens bent.  
  4. Maak een overzicht om te vergelijken. Teken een grote plus. Schrijf links van de horizontale lijn ‘niet origineel’ en rechts ervan ‘origineel’. Schrijf onderaan de verticale lijn ‘niet haalbaar’ en bovenaan ‘haalbaar’. Verdeel de ideeën over de vier vakken. Een idee dat origineel én haalbaar is komt rechtsboven. Dit kan ook goed met verzamelde informatie.
  5. Cluster. Verzamel informatie of ideeën op post-its. Op post-its werken, is superhandig voor clusteren! Verdeel de post-its in groepen. Dat doe je zo: zoek informatie die bij elkaar hoort, bijvoorbeeld omdat de informatie over hetzelfde onderwerp gaat of omdat de informatie iets over dezelfde groep mensen zegt. Plak die post-its bij elkaar. Teken met stift een cirkel om dit cluster van post-its en geef het cluster een naam.
  6. Oefen met kiezen uit veel ideeën. Handig als je met de hele klas ideeën hebt verzonnen. Geef elk kind drie (stippen)stickers. Deze mogen de kinderen plakken bij hun favoriete ideeën. Eén stip bij één idee. Maximaal één stip op een eigen idee. Deze werkvorm kun je ook gebruiken om de belangrijkste informatie te selecteren.
  7. Oefen met samen kiezen. Handig als je in een team werkt en je uit een paar ideeën moet kiezen. Laat – net als bij steen, papier, schaar – twee keer je vuist zien en steek daarna een aantal vingers op. Van één vinger voor ‘ik ben niet voor dit idee, maar ik zal me schikken als de groep zo beslist’, tot vijf vingers voor ‘ik vind dit het allerbeste idee’. 

HOE OEFEN JE RICHTING BEPALEN?

  • Oefen met mening vormen. Kies een voorwerp uit de klas, bijvoorbeeld een stoel of een vulpen. Laat de kinderen samenwerken in tweetallen. Eén kind krijgt de rol van ‘engel’ en benoemt alle sterke kanten en voordelen van het voorwerp. Eén kind krijgt de rol van ‘duivel’ en benoemt alle zwakke kanten en verbeterpunten van het voorwerp. Lees hier meer over deze werkvorm. 
  • Oefen met overzicht creëren. Dat kun je natuurlijk heel goed oefenen door een laatje of door de klas op te laten ruimen 😉 Oefen met herkennen en begrijpen wat bij elkaar hoort. Kun je categorieën maken? Orden spullen en zorg dat deze op een duidelijke manier bij elkaar kunnen liggen. Kun je met tekst of iconen duidelijk maken wat waar hoort?
  • Oefen met het belangrijkste zien. Kies een voorwerp uit de klas, bijvoorbeeld een bordliniaal. Laat alle kinderen op een eigen briefje de volgende zin afmaken: ‘Een bordliniaal moet …’. Op de puntjes vullen ze een eis in; wat het voorwerp moet kunnen of waar het voorwerp aan moet voldoen. Denk aan: een bordliniaal moet een handgreep hebben, een bordliniaal moet centimeters laten zien, enzovoort. Laat de kinderen rondlopen en een maatje zoeken. Samen bepalen de maatjes welk van de twee eisen het belangrijkst is. Dat briefje krijgt een streepje. Daarna zoeken de kinderen een ander maatje. Bespreek het resultaat klassikaal: welke eis heeft de meeste streepjes en welke de minste?

MEER ONTWERPVAARDIGHEDEN?

Nozie de Nieuwsgierige. Wil je dat jouw leerlingen de ontwerpvaardigheden zelfstandig oefenen? Wil je dit integreren in je lessen? Gebruik dan Nozie de Nieuwsgierige: met de veertig Nozie-kaarten kunnen leerlingen zelf hun nieuwsgierigheid, creativiteit en ontwerpvaardigheden ontwikkelen. Bestel Nozie!

Formatief evalueren. Bestel hier de kaartenset Ontwerpen in Beeld met zeven oefenkaarten van de ontwerpvaardigheden in eenvoudige taal voor de leerlingen én werkvormen om de ontwerpvaardigheden formatief te evalueren.

Durf uit te proberen

Ontdek alles over de ontwerpvaardigheid: durf uit te proberen. Eén van de zeven belangrijke vaardigheden die je ontwikkelt als je ontwerpt.

WAT BETEKENT DURVEN UITPROBEREN?
Bij ontwerpen is het belangrijk om ideeën zo snel mogelijk uit te proberen. Maak en test je ideeën en ga expres op zoek naar wat niet goed werkt. Doe ontdekkingen en zoek naar fouten. Leer hiervan en gebruik dit om je ideeën te verbeteren. Durven uitproberen betekent ook moed houden en doorzetten. Tegen jezelf durven zeggen: “Mislukt? Hoera!” en het op een andere manier proberen. Wil je kinderen uitleggen wat deze ontwerpvaardigheid inhoudt? Download hier een beschrijving van ‘durf uit te proberen’ speciaal geschikt voor kinderen. 

WAAROM DURVEN UITPROBEREN?
Een idee wordt beter als je in een vroeg stadium durft uit te proberen. Je ontdekt sneller wat nog niet werkt, waardoor je dat kunt verbeteren. Uitproberen zorgt ervoor dat je feedback krijgt van jezelf en van anderen. Je doet ontdekkingen en uitproberen zorgt uiteindelijk ook voor meer inspiratie.

Focussen op wat mislukt, is vaak wel even wennen. Een natuurlijke gedacht is: “Mislukt? Zo snel mogelijk weg.” Denk maar eens aan die prop papier in de prullenbak met één (mislukte) krabbel erop. Ontdek in deze oefenen wat er gebeurt als je doorzet. Oefen met: “Mislukt? Hoera!”

Zorg dat alle kinderen een vel papier krijgen en een stift. Vraag de kinderen om een (mislukte) krabbel op het vel papier te tekenen. Laat alle kinderen hun vel ruilen met een klasgenoot. Vertel dat ze van de krabbel een vogel mogen maken. Vraag ze om een snavel te tekenen, poten, ogen, vleugels en een staart. Herhaal dit een aantal keer.

Op alle vellen papier zie je veel verschillende vogels! Boodschap: zet door als iets mislukt lijkt, vier je fouten en maak er alsnog iets (moois) van.

WAT HELPT OM TE DURVEN UITPROBEREN?

  1. Probeer zo snel mogelijk uit. Door in een zo vroeg mogelijk stadium expres op zoek te gaan naar wat (nog) niet werkt, kun je de meeste verbeteringen doen aan je ontwerp.
  2. Vraag jezelf af: wat werkte niet? Want je leert het meest van dingen die niet lukken.  Of zeg: wat werkte nóg niet. Benadruk het woord nog. We gaan hiervan leren!
  3. Blijf telkens uitproberen. Verzin, maak en probeer uit. Ontdek wat nog niet werkt. Verzin hier oplossingen voor, maak en probeer uit. Ga zo door! Gebruik hiervoor de werkvorm Uitwerkcyclus.
  4. Vier je fouten. Lees het boek Roza Rozeur, Ingenieur (geschikt voor groep 1 t/m 4) en zeg “Mislukt? Hoera!”. Bij dit boek is een Kleuteruniversiteit project beschikbaar. Of vier bloopers!
  5. Zoek je favoriete fout. Stel een vraag. Laat je leerlingen antwoorden op een klein vel papier. Zoek je favoriete foute antwoord. Wat is goed gegaan? Wat maakt me blij? Daarna pas: Waar is het misgegaan? Laat je inspireren door dit filmpje (in het Engels en middelbare school voorbeeld, maar heel duidelijk!)
  6. Oefen met groeigedachten. Zet gevangenisgedachten, zoals “Dit lukt nooit.” en “Ik kan dit niet” om naar groeigedachten, zoals “Ik kan dit nóg niet” en “Ik kan het op een andere manier proberen.”
  7. Praat positief tegen jezelf en anderen. Zeg niet: ja, maar. Zeg: ja, en. Oefen dit in tweetallen met deze activiteit.

HOE OEFEN JE DURVEN UITPROBEREN?

  • Oefen met durven. Geef elk kind een mystery bag (zakje met kosteloos en knutselmateriaal) én een ontwerpopdracht. Stimuleer de kinderen om zo snel mogelijk te maken en uitproberen.
  • Oefen met leren van wat niet werkt. Ga in een kring staan. Zeg: “Ik ga op vakantie en ik neem mee…een bal.” Geef de beurt aan het kind links naast je. Vraag wat dit kind wil meenemen. “Ik ga op vakantie en ik neem mee…het kind mag hier iets invullen wat hij/zij mee wil nemen op vakantie.” Als het kind iets noemt met de beginletter b, dan zeg je dat dit mee mag. Als het kind iets anders zegt, zeg je dat het niet mee mag. Daarna is het volgende kind aan de beurt en zo verder. De kinderen komen er spelenderwijs achter wat mee mag op vakantie. Raden ze de spelregel? Bij dit spel zijn mislukkingen juist goed, die helpen je om de spelregel te raden. Tip! Speel dit spel vaker en verzin telkens een andere spelregel.
  • Oefen met doorzetten. Werk in groepen van vier tot zes kinderen. Geef elke groep een hoepel. Vertel de kinderen dat ze de hoepel op hun rechterwijsvingers mogen leggen. Lukt het de kinderen om de hoepel samen naar beneden te laten zakken? Alle wijsvingers moeten de hoepel blijven raken. Dit zal zeker doorzettingsvermogen vragen!

MEER ONTWERPVAARDIGHEDEN?

Nozie de Nieuwsgierige. Wil je dat jouw leerlingen de ontwerpvaardigheden zelfstandig oefenen? Wil je dit integreren in je lessen? Gebruik dan Nozie de Nieuwsgierige: met de veertig Nozie-kaarten kunnen leerlingen zelf hun nieuwsgierigheid, creativiteit en ontwerpvaardigheden ontwikkelen. Bestel Nozie!

Formatief evalueren. Bestel hier de kaartenset Ontwerpen in Beeld met zeven oefenkaarten van de ontwerpvaardigheden in eenvoudige taal voor de leerlingen én werkvormen om de ontwerpvaardigheden formatief te evalueren.

Weer naar school

Ondanks alle verschillen in hoe kinderen de afgelopen tijd hebben beleefd, is het belangrijk voor álle kinderen dat er aandacht is voor wat ze meemaken en dat ze zich gezien en gewaardeerd voelen.

Sommige kinderen zullen blij zijn dat ze weer naar school mogen, anderen hebben school niet gemist. Sommigen kennen iemand die ziek is geweest, misschien zijn sommigen iemand verloren. Er zijn kinderen jarig geweest en velen hebben hun vrienden gemist. Sommige kinderen hebben veel vragen, anderen willen het liefst gewoon lekker aan het werk.

TIPS VOOR GOEDE STARTACTIVITEITEN

Het is belangrijk om kinderen ruimte te geven om hun ervaringen te delen. Dit kan in klassikaal gesprek, maar het is vaak prettiger en minder beladen om dit in kleine, informele gesprekjes te doen. We delen twee activiteiten met jullie. Eén activiteit voor het hoofd en één voor de handen.

TIP 1 Maak je hoofd leeg: vergeten en bewaren

  1. Geef elk kind drie briefjes. Op één van de briefjes schrijven ze iets waar ze blij van werden uit de afgelopen periode. Op een ander briefje schrijven ze wat ze het vervelendst vonden aan de afgelopen periode. Op het derde briefje mogen ze iets bijzonders uit de afgelopen periode schrijven of iets wat ze zich afvragen.
  2. Nu gaan alle kinderen rondlopen. Als ze iemand anders tegenkomen, geven ze elkaar een high five en delen ze met elkaar wat op hun briefjes staat. Wat zijn overeenkomsten en wat zijn verschillen? Daarna zoeken ze een ander maatje.
  3. Laat iedereen weer zitten en vraag naar wat er veel voorkwam. Wat zouden de kinderen uit de afgelopen periode niet missen? Wat mag er wel weg? En wat was er eigenlijk (onverwacht misschien) heel leuk en zouden ze vaker of meer willen doen? 
  4. Deel samen de briefjes in:
    • Stapel voor de briefjes die weg mogen. Kras ze door, verscheur ze of bedenk een andere manier om hiervan af te komen.
    • Briefjes met dingen die je vaker wilt doen of waar je aan wilt blijven denken. Maak hier een plek voor in de klas.
    • Overige briefjes, zoals (nog) onbeantwoorde vragen of ideeën. Bewaar deze, maak er eventueel een plek voor in de klas en kijk of je antwoorden kunt vinden.

Naast het delen van ervaringen, zal er ook ruimte zijn voor wennen aan elkaar, groepsvorming en het maken van afspraken. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat kinderen op school heel regelmatig hun handen wassen. Met dit soort afspraken kun je ook heel praktisch aan de slag. Je kunt kinderen laten meedenken!

TIP 2 Lekker praktisch aan de slag: handen wassen

  1. Vertel de ontwerpvraag: Hoe kunnen we zorgen dat we onze handen genoeg wassen?
  2. Brainstorm klassikaal met elkaar. Laat de kinderen de eerste ideeën die bij hen opkomen vertellen. Schrijf en teken de ideeën op het bord.
  3. Zet daarna de inspiratiekaarten in. Lees de eerste inspiratiekaart voor: wat zou een brandweerman doen om te zorgen dat we onze handen genoeg wassen? Die zou misschien elk half uur het alarm van zijn brandweerwagen laten afgaan. Hoe kun je dat vertalen voor in de klas? Laat de kinderen met ideeën komen en zet daarna een volgende inspiratiekaart in.
  4. Kies samen een aantal haalbare, originele ideeën uit om daadwerkelijk toe te passen. Laat de kinderen met een paar tegelijk naar het bord komen en vraag ieder voor zich stippen te zetten bij twee ideeën. Je kunt ook stemmen met stembriefjes. Je kunt natuurlijk ook ideeën écht gaan maken en uitproberen! Deze uitwerkkaarten helpen om daarvoor samen een plan te maken.

Ontwerpen kan kinderen zo een gevoel van empowerment geven. Je kunt zelf iets doen aan een probleem. Ofwel door er oplossingen voor te verzinnen, ofwel – als ze buiten jouw controle vallen – door te kiezen hoe je er zelf mee omgaat.

Denk alle kanten op

Ontdek alles over de ontwerpvaardigheid: denk alle kanten op. Eén van de zeven belangrijke vaardigheden die je ontwikkelt als je ontwerpt.

WAT BETEKENT ALLE KANTEN OP DENKEN?
Bij ontwerpen is het belangrijk dat je veel verschillende ideeën kunt verzinnen. Dat vergroot de kans op goede en originele ideeën enorm. Deze vaardigheid wordt ook wel divergent denken genoemd. Je kunt elk kind zoveel mogelijk ideeën laten verzinnen. Maar dat hoeft niet altijd: als je een groep kinderen elk één idee laat verzinnen, heb je samen ook veel ideeën. Wil je kinderen uitleggen wat deze ontwerpvaardigheid inhoudt? Download hier een beschrijving van ‘denk alle kanten op’ speciaal geschikt voor kinderen.

WAAROM ALLE KANTEN OP DENKEN?
Als eerste ingeving heb je bijna nooit een heel bijzonder idee. Dat gebeurt wél als je veel ideeën verzint. Doe dit experiment om duidelijk te maken aan kinderen waarom één idee verzinnen niet verstandig is:

Vertel de kinderen dat je een aantal vragen voor ze hebt. De antwoorden schrijven ze zo snel mogelijk op papier. Het geeft niks als antwoorden fout zijn. Vandaag is er geen goed en fout. Dit wordt niet nagekeken. Je kunt ook dit filmpje gebruiken.
Hoeveel is 7 + 4?
Hoeveel is 55 + 8?
Hoeveel is 16 + 22?
Hoeveel is 25 + 46?
Hoeveel is 123 + 8?
Hoeveel is 63 + 21?
Snel! Schrijf een gereedschap en een kleur op.

Waarschijnlijk zit er niet zo veel variatie in de antwoorden. Hamer is waarschijnlijk veel genoemd, net als rood of blauw (of de kleur van de pen, waarmee ze schrijven). Denk je dat kinderen dit experiment kennen, bijvoorbeeld uit het televisieprogramma Mindf*ck? Dan kun je gereedschap en kleur vervangen door fruit en meubel.

WAT HELPT OM ALLE KANTEN OP TE DENKEN?

  1. Start met een goede ontwerpvraag. Bij ‘Hoe kun je naar de overkant’ kun je veel meer verschillende ideeën verzinnen, dan bij ‘Ontwerp een brug’. 
  2. Maak je ontwerphersenen wakker met een energizer. Het verzinnen van ideeën komt minder goed of niet op gang als een energizer wordt overgeslagen. 
  3. Besteed aandacht aan de regels bij verzinnen. Schoolse regels, zoals eerst goed nadenken voor je iets zegt, niet na-apen en letten op je spelling werken bij ideeën verzinnen juist niet goed. Ze belemmeren de creativiteit. 
  4. Gebruik een werkvorm voor het verzinnen van ideeën. Een werkvorm helpt kinderen bij het verzinnen van ideeën.
  5. Zorg dat je ideeënstroom op gang houdt. Stimuleer kinderen zo om voorbij hun eerste idee te denken en steeds nieuwe ideeën te blijven verzinnen.

HOE OEFEN JE ALLE KANTEN OP DENKEN?

  • Oefen met veel ideeën verzinnen. Geef elk kind een blad met cirkels. Laat ze in drie minuten zoveel mogelijk verschillende dingen tekenen van die cirkels. Hoeveel verschillende dingen hebben ze getekend? Wie heeft iets dat iemand anders niet heeft? Heeft iemand cirkels gecombineerd? Herhaal deze oefening zo nu en dan. Bijvoorbeeld met vierkanten of driehoeken. Lukt het de kinderen om meer te verzinnen?
  • Oefen met denken in verschillende richtingen. Pak een rietje. Wat kun je allemaal met een rietje doen? Vraag de kinderen om zoveel mogelijk ideeën te verzinnen. Hoe meer ideeën je verzint, hoe ongewoner en leuker de toepassingen vaak worden. Je kunt er bijvoorbeeld mee blazen, rondjes mee stempelen of een mini-glijbaan voor mieren mee maken. Herhaal de oefening met andere materialen. Denk aan een gum, potlood, satéprikker, paperclip, vel papier, enzovoort.
  • Oefen met bijzondere combinaties maken. Pak random twee verschillende dingen uit de ruimte, bijvoorbeeld een gum en een lepel. Wat krijg je als je een gum combineert met een lepel? Verzin ideeën. Je krijgt bijvoorbeeld een kauwgum, waarmee je kunt gummen of een spelletje, waarbij je de gum met een lepel wegzwiept of een lepel die je na het eten op kunt eten, enzovoort. Herhaal dit telkens met twee andere dingen. Dit kan ook met kaartjes waarop dingen staan. Die vind je hier.  

MEER ONTWERPVAARDIGHEDEN?

Nozie de Nieuwsgierige. Wil je dat jouw leerlingen de ontwerpvaardigheden zelfstandig oefenen? Wil je dit integreren in je lessen? Gebruik dan Nozie de Nieuwsgierige: met de veertig Nozie-kaarten kunnen leerlingen zelf hun nieuwsgierigheid, creativiteit en ontwerpvaardigheden ontwikkelen. Bestel Nozie!

Formatief evalueren. Bestel hier de kaartenset Ontwerpen in Beeld met zeven oefenkaarten van de ontwerpvaardigheden in eenvoudige taal voor de leerlingen én werkvormen om de ontwerpvaardigheden formatief te evalueren.